Hago verzoekt vanwege vermeend disfunctioneren ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een clustercoördinator, verantwoordelijk voor het behalen van overeengekomen financiële en kwalitatieve doelstellingen. In 2014 zijn 2 persoonlijke ontwikkelplannen voor hem opgesteld. Vanwege een onvoldoende beoordeling in 2015 vond een functiewijziging plaats naar teamleider, volgens Hago een demotie, maar ook in die rol liet hij zich te weinig gelden. Volgens de werknemer verliep de samenwerking tussen partijen tot en met 2013 vlekkeloos. Van de begeleiding bij de persoonlijke ontwikkelplannen is niets terecht gekomen. De functiewijziging naar teamleider had te maken met een nieuw project van Hago, en is geen demotie. Die functie was erg ingewikkeld, onder meer omdat er problemen waren met kankerverwekkende stoffen en onvoldoende personeel. Er is nooit gewezen op de consequenties van het niet behalen van bepaalde resultaten.

De kantonrechter overweegt dat verwacht mag worden dat eventueel disfunctioneren in een beoordelingsgesprek tot uitdrukking wordt gebracht. Over 2014 is geen beoordeling opgemaakt, zo heeft Hago ter zitting medegedeeld. Dit verbaast de kantonrechter; wanneer sprake was van (ernstig) disfunctioneren dan zal dit toch zeker hebben genoopt tot het houden van een beoordelingsgesprek waarin dat tot uitdrukking wordt gebracht. Over 2015 is het functioneren met een matig beoordeeld. Hierin is echter niet benoemd of en welke consequenties dit voor het dienstverband kan hebben. Verder zijn geen beoordelingsgesprekken gehouden. In 2014 en 2015 is een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld. Hierin staan bepaalde doelen benoemd en wordt begeleiding beloofd. Dat die begeleiding daadwerkelijk is geboden, heeft Hago onvoldoende onderbouwd. Er is geen enkel gesprek schriftelijk vastgelegd. Dit gebrek aan het vastleggen van het functioneren en de geboden begeleiding maakt dat niet goed kan worden nagegaan of, wat en hoe het disfunctioneren met de werknemer is besproken. De kantonrechter is voorts van oordeel dat de werknemer onvoldoende in de gelegenheid is gesteld zich in de functie van teamleider te bewijzen. Daar komt nog bij dat hij in de functie van teamleider 2.0. geconfronteerd werd met de bijzondere situatie van het werken met kankerverwekkende stoffen. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

Geen verslaglegging van disfunctioneren en geboden begeleiding vastgelegd
Terug