Werknemer (1965) is sinds 1998 bij het GVB in dienst als tramconducteur. Hij heeft de beschikking over een persoonsgebonden depot, dat eigendom is van GVB. Het depot heeft een waarde van € 903,- en bestaat uit kaartjes, contant geld en saldo op een persoonsgebonden kaart. Bij controles in 2011, 2015 en 2017 zijn tekorten vastgesteld in het depot van de werknemer. De werknemer heeft deels geen verklaring hiervoor gegeven en heeft deels toegegeven dat hij gelden heeft aangewend voor privé doeleinden. Het GVB heeft de werknemer geschorst met inhouding van één derde van zijn loon. Ook vraagt het GVB ontbinding.

De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. De werknemer heeft depotgelden gebruikt voor privé doeleinden en heeft pas na lang doorvragen toegegeven dat dit het geval was. Het feit dat de werknemer het geld nodig had voor persoonlijke omstandigheden, waaronder een ernstig zieke kleinzoon, maakt dit niet anders. De werknemer had andere wegen kunnen bewandelen, zoals het GVB om hulp vragen in de vorm van een budgetcoach en een voorschot. Bovendien heeft hij het geld ook gebruikt voor een parkeerboete, broodjes en sigaretten. Nu sprake is van ernstige verwijtbaarheid wordt geen transitievergoeding toegekend. Het GVB dient wel alsnog het volledige salaris te betalen tot de einddatum van het dienstverband, nu sprake is van een schorsing en deze voor rekening en risico van het GVB komt.

Tramconducteur handelt ernstig verwijtbaar door gelden uit zijn depot aan te wenden voor privé doeleinden
Terug