In deze op Curaçao spelende zaak heeft de werkneemster eind maart 2017 laten weten dat zij begin juni 2017 met haar partner op safari wilde gaan en daarom vakantie wilde opnemen. De werkgever heeft dit verzoek afgewezen. De werkneemster heeft het verzoek daarna nog een paar keer herhaald, maar het is steeds afgewezen. Uiteindelijk is zij zonder toestemming op vrijdag 2 juni op vakantie gegaan. Daarop heeft de werkgever haar op 5 juni 2017 op staande voet ontslagen. De werkneemster stelt dat het ontslag nietig is. De werkgever vraagt voorwaardelijk ontbinding.

Het Gerecht overweegt dat een werkgever bij het vaststellen van de vakantie zoveel mogelijk rekening moet houden met de wensen van de werknemer, maar dat de belangen van het bedrijf of van het overige personeel prevaleren als deze zich niet verdragen met de vakantiewens van de werknemer. In onderhavig geval is expliciet met de werkneemster besproken dat haar vakantie was afgestemd op de terugkeer van haar collega van zwangerschapsverlof op 17 juli, dat begin juni een drukke tijd zou zijn op de afdeling en dat er geen vervanging was voor de werkneemster. Het was de werkneemster bovendien wel toegestaan om vanaf 17 juli vakantie op te nemen. Kennelijk had de werkneemster echter al goedkope tickets gekocht en hechtte zij hieraan meer belang dan aan de belangen van de werkgever. Een en ander betekent dat het ontslag rechtsgeldig is en dat het voorwaardelijke ontbindingsverzoek met ingang van heden wordt toegewezen.

Ontslag op staande voet wegens zonder toestemming op vakantie gaan rechtsgeldig
Terug