Rechtbank Amsterdam, 12 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:694

De piloot hield in maart 2016 met zijn vader een straatrace in Loosdrecht. De vader van de piloot veroorzaakte onder invloed van alcohol een dodelijk ongeval. De rechtbank legde de piloot eind 2017 een taakstraf van 100 uur en een rijontzegging van één jaar op voor gevaarlijk rijgedrag. De piloot  heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Transavia stelde dat de straatrace van de piloot, waarbij hij (verkeers-) veiligheidsnormen overtrad, onverenigbaar is met zijn functie als piloot. Een piloot is bij uitstek verantwoordelijk voor de veiligheid van anderen in de lucht en heeft op dat punt een voorbeeldfunctie. Ook heeft de piloot Transavia onjuist voorgelicht over zijn gedrag en neemt hij daar geen verantwoordelijkheid voor. Bovendien zijn de commerciële belangen in het geding, omdat de publieke verontwaardiging zich niet alleen op de piloot, maar ook op Transavia als werkgever richt. Tot slot voerde Transavia aan dat collega’s niet langer met de piloot willen vliegen.

Ktr.: De kantonrechter stelt voorop dat de zaak nauw samenhangt met het dodelijke ongeval dat morele verontwaardiging in de samenleving en publiciteit heeft opgeroepen. Maar hoewel het gedrag van de piloot in het verkeer extreem gevaarlijk was, is hij in het strafrecht niet veroordeeld voor medeschuld aan het dodelijk ongeval, maar voor het veroorzaken van een gevaar op de weg door veel te hard te rijden in een omgeving waar dit echt niet kan. Daarmee is het een overtreding en geen misdrijf.  Dat is niet genoeg om vast te stellen dat de piloot zijn functie niet goed zou kunnen uitoefenen of een gevaar in de lucht zou zijn. Transavia heeft ook geen beleid waaruit blijkt dat ernstige verkeersovertredingen gevolgen kunnen hebben voor het uitoefenen van het beroep van piloot.

Transavia is bovendien een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de piloot aangegaan terwijl zij op de hoogte was dat hij als verdachte in beeld was en er reden was om aan zijn lezing te twijfelen. Hiermee heeft zij de indruk gewekt dat een veroordeling op grond van artikel 5 WvW geen gevolgen zou hebben voor zijn werk als piloot. Ook heeft Transavia niet onderbouwd  dat de problemen in de samenwerking met collega’s, zijn toegenomen of onoplosbaar zijn. De kantonrechter ziet gelet op al het voorgaande, en met name het ontbreken van aanknopingspunten voor een mogelijk veiligheidsrisico, geen reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zeker niet nu het hoger beroep in de strafzaak nog loopt.

Transavia mag piloot na fatale straatrace niet ontslaan
Terug