• Hof Amsterdam, 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:317 

De werknemer is vanaf 2010 in dienst als redacteur bij een uitgever. Vanaf medio 2010 werkt hij op de vrijdag thuis. In 2014 is er kritiek geuit op het functioneren van werknemer. Vanwege verbetering in de tweede helft van het jaar is hij toch met ‘goed’ beoordeeld. In oktober 2015 is er opnieuw kritiek gekomen op het functioneren van de werknemer, met name ten aanzien van zijn werkhouding en manier van communiceren. Er is toen een officieel verbeterplan opgesteld. Omdat de werknemer na het verbeterplan van drie maanden onvoldoende verbetering liet zien heeft de werkgever de intentie uitgesproken om het het dienstverband te beëindigen en de werknemer een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit voorstel is door de werknemer niet geaccepteerd. In september 2016 heeft de werkgever aangegeven dat de werknemer niet meer thuis mocht werken op vrijdag. Dit is door de werknemer geweigerd. Vervolgens heeft de werkgever het loon over de vrijdagen dat de werknemer niet op kantoor was niet langer doorbetaald. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 juni 2017. In deze procedure vordert de werknemer een verklaring voor recht dat de werkgever niet bevoegd was om de mogelijkheid tot thuiswerken eenzijdig te beëindigen. Tevens heeft de werknemer loon gevorderd. De kantonrechter heeft de loonvordering toegewezen. De werknemer bestrijdt in hoger beroep de afwijzende beslissingen in het vonnis. De werkgever heeft incidenteel appel ingesteld.

Het hof overweegt dat voorafgaand aan de indiensttreding is afgesproken dat werknemer op vrijdag thuis mocht werken. Deze afspraak wordt aangemerkt als arbeidsvoorwaarde. De Wet flexibel werken is op deze situatie niet van toepassing. De door de werkgever gewenste wijziging om de vrijdagen op kantoor te werken moet beoordeeld worden aan de hand van de criteria zoals neergelegd in Stoof/Mammoet. Met de kantonrechter beantwoordt het hof die vraag bevestigend. Tijdens het verbetertraject heeft de werknemer ook op vrijdag op kantoor gewerkt. Het verzoek om ook vanaf juli 2016 ‘vooralsnog tijdelijk’ op vrijdag op kantoor te werken is een redelijk voorstel, gelet op de kritiek die de werkgever al langere tijd op het functioneren van de werknemer had. De werknemer heeft geen specifiek belang aangetoond om thuis te willen werken. De werknemer heeft echter over de dagen waarop hij toch thuis heeft gewerkt wel recht op loon. De werknemer heeft op deze dagen de reguliere tot zijn functie behorende werkzaamheden verricht. Aldus is er geen sprake van dat op die dagen de bedongen arbeid niet is verricht.

Werkgever mag van slecht functionerende werknemer verlangen dat hij zijn thuiswerkdag inlevert
Terug