Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 22 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:179

Werknemer is in dienst van Riu als bar back. In het arbeidsreglement van Riu staat dat gezichtsbeharing alleen is toegestaan wanneer dit netjes is getrimd. Werknemer heeft een baard. Riu uit haar bezwaar over de baardgroei en wijst werknemer geregeld op het arbeidsreglement. Werknemer wordt 48 uren gegund om zijn uiterlijk aan te passen aan het bedrijfsimago van Riu. Werknemer geeft hier geen gehoor aan. Riu ontslaat werknemer op staande voet. Werknemer stelt dat er geen sprake is van een dringende reden. In kort geding wordt Riu veroordeeld om werknemer met onmiddellijke ingang tewerk te stellen tot doorbetaling van loon. Riu gaat in hoger beroep.

Het Hof acht voorshands aannemelijk dat de in de ontslagbrief opgegeven ontslaggrond, die kennelijk gebaseerd is op de omstandigheid dat werknemer ondanks herhaalde verzoeken bleef weigeren zijn baard af te scheren, in dit geval geen voldoende dringende reden opleverde voor het gegeven ontslag op staande voet, mede gelet op zijn toenmalige functie als back bar en op de inhoud van beide versies van het arbeidsreglement. Nu ook een belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, verenigt het Hof zich met het bestreden vonnis. Het Hof bevestigt het bestreden vonnis.

Werknemer weigert baard af te scheren: geen dringende reden ontslag op staande voet
Terug