Werknemer is op 12 maart 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Verboon Groen & GWW B.V. (hierna: Verboon). In het personeelsreglement zijn onder meer regels opgenomen over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Omstreeks juni 2018 is werknemer teruggezet in een lagere functie bij een gelijk salaris. Deze demotie is bij brief van 31 mei 2018 aan werknemer bevestigd. Op of omstreeks 4 juli 2018 heeft Verboon werknemer per brief gewaarschuwd omdat werknemer veelvuldig te laat op het werk was verschenen. Nadien zijn partijen in gesprek getreden om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Tot overeenstemming heeft dat overleg niet geleid. Op 4 oktober 2018 is werknemer op staande voet ontslagen, mede vanwege het op intimiderende wijze bedreigen van een collega, herhaaldelijk te laat komen en het niet houden aan de veiligheidsvoorschriften. Op 5 oktober 2018 heeft werknemer via WhatsApp aan de betrokken collega verzocht om de klacht tegen hem in te trekken ‘anders vat ik dat persoonlijk op’. In deze procedure verzoekt werknemer – kort samengevat – primair vernietiging van de opzegging en subsidiair toekenning van een billijke vergoeding van € 19.230,75 bruto.

De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat de arbeidsverhouding tussen partijen al sinds lange tijd moeizaam verloopt. Voorts stelt de kantonrechter vast dat werknemer op 3 oktober 2018 (wederom) te laat aanwezig was. Daarbij is van belang dat werknemer op 4 juli 2018 schriftelijk is gewaarschuwd dat hij veelvuldig te laat was en dat werknemer bij e-mail van 2 augustus 2018 nogmaals is uitgelegd – in niet mis te verstane bewoordingen – wat Verboon verstaat onder op tijd zijn. Het mocht van werknemer – als gewaarschuwd man – verwacht worden dat hij ruimschoots op tijd aanwezig was op de zaak. Ook staat vast dat werknemer zich niet aan de juiste veiligheidsvoorschriften heeft gehouden. Partijen verschillen tot slot van mening over wat zich op 3 oktober 2018 heeft voorgedaan tussen werknemer en zijn collega. Ook als echter wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van werknemer op dit vlak, is datgene dat vaststaat tussen partijen voldoende om tezamen met de voorgeschiedenis tot het oordeel te komen dat Verboon voldoende dringende redenen had om werknemer op 3 oktober 2018 op staande voet te ontslaan. Een en ander leidt tot de slotsom dat de arbeidsovereenkomst op 4 oktober 2018 rechtsgeldig is beëindigd door Verboon. De verzoeken van werknemer worden dan ook afgewezen.

Vragen over dit arbeidsrecht artikel? Neem contact op met een van onze arbeidsrecht specialisten: https://sijbenpartners.nl/web/het-arbeidsrechtteam/

Arbeidsrecht artikel: Ontslag op staande voet wegens veelvuldig te laat komen, schenden veiligheidsregels en intimidatie blijft in stand
Terug