Laten verblijven van familielid in door werkgever gehuurd appartement ernstig verwijtbaar

Vanaf 1 september bekleedde de werkneemster de functie van Head of Risk Management bij werkgeefster in Singapore. Op verzoek van werkgeefster heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkneemster wegens het onderverhuren van het door de werkgeefster betaalde appartement in Singapore aan een familielid. Aan de werkneemster is geen transitievergoeding, billijke vergoeding, kostenvergoeding of bonus toegekend en ook met de opzegtermijn is geen rekening gehouden. De werkneemster gaat in hoger beroep.

Tevergeefs. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat de handelwijze van de werkneemster voldoende ernstig is geweest om te kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen. Daartoe geldt dat: (i) de werkneemster ervan op de hoogte was en/of er meermaals op is gewezen dat; (a) werkgeefster de rechtmatige huurder van het appartement was en welke verplichtingen in dat verband daarmee op werkgeefster rustte, (b) werkgeefster de maandelijkse huur voor het appartement betaalde, (c) dat verblijf van anderen dan de werkneemster en haar partner in het appartement zonder voorafgaande toestemming van de verhuurster niet was toegestaan, (d) werkgeefster, in verband met de verhuizing van de werkneemster naar het andere appartement (van welk appartement zij uiteindelijk ook de huur aan de werkneemster vergoedde), de huurovereenkomst eerder wenste te beëindigen en de verhuurster bezichtigingen had gepland, en (e) het handelen van de werkneemster negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor werkgeefster, (ii) de werkneemster zonder voorafgaande toestemming van de verhuurster of melding bij werkgeefster een familielid in het appartement heeft laten verblijven; (iii) de werkneemster vragen van werkgeefster naar het verblijf van het familielid niet, niet tijdig of niet volledig heeft beantwoord; en (iv) de werkneemster , ondanks herhaalde en dringende verzoeken de papieren van het familielid niet heeft verstrekt maar bovenal de sleutels van het appartement niet heeft overgedragen. Voorts overweegt het hof dat de weigering van de werkneemster om mee te werken aan sleuteloverdracht geen rechtvaardiging vindt in de door de werkneemster gestelde aansprakelijkheid voor het appartement die op haar zou rusten. Hiervan is geen sprake. Het hof is verder van oordeel dat het familielid geprofiteerd heeft van het genot van het appartement zonder huur te hoeven betalen, terwijl werkgeefster voor het appartement een huurbedrag van 3.000,– SGD per maand aan de verhuurster verschuldigd was. Deze handelwijze van de werkneemster is in strijd met de Gedragscode van werkgeefster. Door het gedrag van de werkneemster is haar positie in Singapore volstrekt onhoudbaar geworden. Van dit gedrag van de werkneemster valt haar, zeker gezien ook haar functie van Head of Risk Management een ernstig verwijt te maken.

De uitspraak van het gerechtshof Den Haag kunt u lezen via deze link: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:439&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

 

Te uitgebreid concurrentiebeding werkt averechts

Met een concurrentiebeding voorkom je als werkgever concurrentie door ex-werknemers. Maar let op! Een te uitgebreid concurrentiebeding werkt averechts.

Dat blijkt weer eens uit een recente uitspraak van de kantonrechter in Utrecht http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:402. Werkgever verklaarde in het concurrentiebeding heel Europa tot “verboden gebied”. Ten onrechte, volgens de rechter, die vond dat het bezoeken van een vakbeurs in Duitsland door de ex-werknemer uit Nederland geen overtreding was. Ook het anti-ronsel gedeelte van het concurrentiebeding ging de rechter te ver. Want ook het hebben van contact met oud-collega’s kan als zodanig niet worden ingeperkt.

Om te voorkomen dat een concurrentiebeding tandeloos wordt, doet een werkgever er verstandig aan om het beding nauwkeurig te (laten) formuleren. Dus to the point in plaats van allesomvattend. En specifiek gericht op het tegengaan van werkelijke concurrentie, in plaats van het voorkomen van mogelijke concurrentie. Vaak is dan een relatiebeding uiteindelijk het meest effectief, omdat de relaties van werkgever voldoende concreet zijn en de ex-werknemer daar wel enige tijd van weggehouden kan worden. En handhaving van dat relatiebeding in een kort geding ook beter afgedwongen kan worden.

Wilt u weten hoe? Of heeft u vragen over een concurrentie- of relatiebeding, of het formuleren van de juist tekst?

Neem dan contact op met onze arbeidsrecht advocaat mr. Ben van Meurs.

Werknemer gebruikt cocaïne op het personeelsfeest: geen dringende reden voor ontslag op staande voet

Werknemer gaat naar een personeelsfeest van werkgever op een kampeerboerderij. In de avond gaat werknemer met enkele collega´s naar de slaapkamer en biedt cocaïne aan haar collega’s aan. Eén collega gaat op het aanbod in. Samen met deze collega gebruikt werknemer cocaïne. Daarna voegen zij zich weer bij het gezelschap. Werkgever komt hierachter en vervolgens wordt werknemer op staande voet ontslagen. De collega krijgt een officiële waarschuwing. Werknemer stelt dat de feiten die werkgever ten grondslag legt aan het ontslag op staande voet niet een ontslag op staande voet kunnen rechtvaardigen.

De kantonrechter overweegt dat het feit dat werknemer cocaïne zelf gebruikt en een kleine hoeveelheid aanbiedt aan een collega, waarvan gezegd wordt dat die niet eerder cocaïne gebruikte, enerzijds wellicht onwenselijk is of zelfs strafbaar, maar anderzijds een maatschappelijke realiteit, die niet als zeldzaam dient te worden gezien. De argumenten die werkgever aandraagt dat in het geval klanten van werkgever bekend zouden raken met het gebruik door werknemer van cocaïne en dat daardoor de zakelijke belangen van werkgever geschaad worden, overtuigen de kantonrechter niet. Ook de stelling van werkgever dat zij ook overigens het vertrouwen in werknemer heeft verloren, overtuigen de kantonrechter onvoldoende. De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 3.000,00 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.106,09 bruto.

Doktersassistente is een geregistreerd partnerschap aangegaan met patiënt en is benoemd als diens erfgenaam; ontbinding wegens (ernstig) verwijtbaar handelen

Verzoekers hebben een huisartsenpraktijk en verzoeken in de onderhavige procedure de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een doktersassistente wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. Dit omdat de doktersassistente de bij de uitoefening van haar beroep in acht te nemen professionele grenzen ver heeft overschreden. Zij is benoemd tot erfgenaam in het testament van een patiënt die in de laatste fase van zijn leven verkeerde en met die patiënt zelfs een geregistreerd partnerschap aangegaan.

De kantonrechter overweegt dat de doktersassistente gehouden is tot naleving van de Beroepscode Doktersassistent van de NVDA en dat daaruit volgt dat in de relatie met de patiënt de professionele grenzen in acht genomen dienen te worden. De kantonrechter acht het onbegrijpelijk dat de doktersassistente van mening kan zijn dat zij deze grens niet heeft overschreden. Volgens de kantonrechter blijkt dit al uit het enkele feit dat het de bedoeling was dat de doktersassistente de patiënt in huis zou nemen. Verder heeft de doktersassistente de wens van de patiënt tot euthanasie aan de huisarts voorgelegd in dezelfde periode als waarin zij het geregistreerd partnerschap met hem is aangegaan. Vast staat dat dit partnerschap is aangegaan met als doel op een zo fiscaal voordelig mogelijke manier over het nalatenschap van de patiënt te kunnen beschikken. Hiermee had de doktersassistente een financieel belang bij het overlijden van de patiënt en was er van de vereiste tot de patiënt in acht te nemen afstand geen sprake meer. De kantonrechter verwijt de doktersassistente verder dat zij er op meerdere momenten voor had kunnen en moeten kiezen om af te zien van de regeling met de patiënt of de huisartsen daarvan in ieder geval op de hoogte had moeten stellen. Nu de doktersassistente deze keuze niet heeft gemaakt, heeft zij daarmee de professionele en morele grenzen ver overschreden. Slotsom is dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van de doktersassistente, waarbij de kantonrechter overweegt dat de omstandigheden een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW  hadden opgeleverd.

Terug